Versie: Mei 2022

Inleiding

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV, gevestigd aan de Tussen Meer 70,  is in januari 2010 geopend. Over het gehele pand worden dagelijks maximaal 77 kinderen opgevangen, in de leeftijd van 0 tot 12 jaar. De kinderen kunnen maximaal 11 uur per dag opgevangen worden, tijdens de openingstijden van 7.30u tot 18.30u.

Onze kinderopvang 0 – 4 jaar heeft de volgende groepsindeling:

  • Babygroep de Zonnetjes: 0 tot 1,5 jaar
  • Voorschoolgroep de Bijtjes: 1,5 jaar tot 2,5 jaar
  • Voorschoolgroep de Vlindertjes: 2,5 tot 4 jaar
  • Voorschoolgroep de Lieveheersbeestjes: 2 tot 4 jaar

Dit pedagogisch beleidsplan beschrijft de visie en de specifieke werkwijze van de geboden kinderopvang voor kinderen van ongeveer 0 tot 4 jaar.

 

Pedagogische doelstelling

Door kinderen naar de kinderopvang te brengen kiezen de ouders[1] bewust voor opvang in een groep. Voor het kind betekent dit een andere omgeving met andere mogelijkheden dan in de thuissituatie. Voor kinderen is de kinderopvang een plaats om andere kinderen te leren kennen, met elkaar te spelen, te eten en te slapen, om van elkaar te leren en ervaringen op te doen die anders zijn dan in de thuissituatie.

De ruimtes in onze kinderopvang zijn speciaal voor kinderen ingericht en bieden vaak meer of andere mogelijkheden tot spelen dan de thuissituatie. In de kinderopvang wordt gericht aandacht besteedt aan de individuele ontwikkeling van ieder kind: taal, creatief spel, het oefenen van vaardigheden, zelfstandigheid, het tonen van respect voor elkaar, het ontdekken van de eigen mogelijkheden en het omgaan met regels en grenzen. Hierdoor biedt het aan ouders een verbreding van de opvoedingssituatie.

Door deze verbreding van de opvoedingssituatie krijgen meer mensen dan alleen de ouders  met het kind te maken. De ouders mogen daarom van de pedagogisch medewerkers een zekere ondersteuning bij de opvoeding verwachten. Ondersteuning in de zin van betrokkenheid bij het kind en indien ouders daaraan behoefte hebben, meedenken met de ouders inzake opvoedingsvragen. Dit meedenken krijgt gestalte in diverse overlegvormen  en is wederzijds; ook de pm’er[2] kan ondersteuning van de ouders nodig hebben. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kinderen tijdens hun afwezigheid goed verzorgd en begeleid worden, en dat de ruimtes waarin de kinderen verblijven aantrekkelijk, veilig en schoon zijn. Tevens mogen zij verwachten dat er zorgvuldig met hun kinderen wordt omgegaan; dat zij met vragen, opmerkingen, wensen en klachten terecht kunnen en dat zij voldoende geïnformeerd worden.

 

De ontwikkeling van het kind van 0 t/m 4 jaar

Een pasgeboren baby is totaal afhankelijk van anderen, maar binnen vier jaar kan het kind zich zelfstandig voortbewegen, leert het begrippen en regels, leert het praten en samen met anderen spelen, tanden poetsen en zichzelf aan-en uitkleden. De algemene dagelijkse levensverrichtingen.

Het kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo. Elk kind heeft zijn eigen capaciteiten, intelligentie en temperament. Daarnaast speelt de situatie waarin het kind opgroeit en de mensen waarmee het kind te maken krijgt een belangrijke rol in de manier waarop het kind zich ontwikkelt.

In de kinderopvang moet de pm’er voor een zodanige sfeer in de groep zorgen dat het kind zich op zijn gemak voelt en zo positief de ontwikkeling beïnvloed. Ieder kind heeft in een positieve sfeer de behoefte en nieuwsgierigheid om zijn eigen vermogens te gebruiken en te vergroten. Het kind wil zaken en situaties onderzoeken en zich zo ontwikkelen tot een zelfstandig persoon.

In eerste instantie kan een baby alleen maar liggen maar gaandeweg leert hij[3] zijn bewegingen steeds beter te beheersen, en zal zich uiteindelijk kunnen omdraaien, grijpen, zitten, zich optrekken, kruipen en lopen.

In eerste instantie zwaait hij wat ongericht om uiteindelijk doelbewust naar voorwerpen te grijpen. De zintuiglijke ontwikkeling is in volle gang. Geluiden, kleuren en vormen zijn prikkels die uitnodigen tot onderzoek. Baby’s zijn steeds bezig met het betasten en beproeven van voorwerpen, ze kijken en luisteren geboeid en reageren sterk op prikkels van buitenaf.

Naarmate de baby ouder wordt en kan kruipen gaat hij de omgeving nader onderzoeken. Het kind krijgt een beginnend besef van oorzaak en gevolg.

 

De taalontwikkeling is een heel belangrijk onderdeel van de totale ontwikkeling, dit is de belangrijkste communicatiemogelijkheid. Gevoelens, ervaringen, feiten en situaties benoemen en onder woorden brengen maakt begrijpen en herinneren mogelijk.

De leefwereld wordt daardoor geordend en veilig. De pm’ers zorgen voor variatie in prikkels en weten de hoeveelheid prikkels te doseren.
Het spelmateriaal en de inrichting is vooral gericht op zintuiglijk plezier. Materiaal om naar te kijken en te luisteren, in beweging te zetten, te betasten en te beproeven.

Baby’s worden regelmatig in de box of op een speelkleed gelegd, zowel op de buik als op de rug, om de spieren in de rug en nek te ontwikkelen en om veilig te kunnen rollen.

 

Het allermooiste speelgoed voor de baby is de mens. De stem, de ogen en het gezicht van de pm’ers spelen een belangrijke rol bij de taalverwerving. De pm’er zal tijdens de verzorgende werkzaamheden naar het kind kijken. Door te reageren op de baby en de baby op de pm’er te laten reageren wordt het kind gestimuleerd tot communicatie. Praten tegen het kind en benoemen wat hij ziet is bevorderend voor de taalontwikkeling.

 

Het gebruik van luide muziek zal voor de kleinste kinderen beperkt blijven omdat kleine kinderen nog geen geluiden kunnen selecteren. Muziek kan ook een storende factor zijn bij een gesprek tussen pm’er en kind.

Lichamelijk contact is spel voor de baby: knuffelen, aaien en wiegen is uitermate belangrijk voor zijn welzijn en ontwikkeling. De pm’er zal ingaan op uitingen en gevoelens zowel verbaal als non-verbaal, zodat de baby een gevoel van veiligheid en vertrouwen ontwikkelt.

Na verloop van tijd zal de baby onderscheid maken tussen bekenden en onbekenden en uiteindelijk een éénkennigheidfase ondergaan. Maar de interesse in de andere kinderen zal toenemen. De baby’s lachen en brabbelen naar elkaar. De pm’er zal dit contact stimuleren door baby’s in elkaars nabijheid te brengen, bijvoorbeeld in een wipstoeltje of op een speelkleed.

 

Als het kind kan lopen wordt de bereikbare omgeving van het kind groter en biedt het meer mogelijkheden. Ieder kind heeft grote behoefte aan beweging, en het ontwikkelt zich spelenderwijs steeds verder door het vastpakken van voorwerpen.

Het kind zal steeds gedetailleerder dingen zien, horen, proeven en voelen. Langzaamaan leert het kind kleuren, maten, vormen en begrippen.

Het kan zich een voorstelling maken van bepaalde zaken, maakt plannetjes en voert ze uit.

 

Vanaf het derde jaar wordt het hoe en waarom van de dingen belangrijk voor het kind. De fantasie ontwikkelt zich zo dat werkelijkheid en fantasie wel eens verward worden.

De dreumes begrijpt veel meer dan hij kan zeggen met woorden. Het zelfbewustzijn groeit en het “ik-besef” wordt ontwikkelt. Het kind kan ‘nee’ vaak moeilijk accepteren en het kind kan opstandig worden. Hij heeft deze fase nodig om zelfbesef en wilskracht te ontwikkelen en zijn grenzen te ervaren. Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat leert het kind geleidelijk aan rekening te houden met anderen omdat hij zich gaat realiseren dat anderen ook behoeften hebben.

De meeste peuters kunnen vanaf drie jaar redelijk verwoorden wat zij willen en kunnen. Het contact met de groepsgenootjes groeit, de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid worden groter.

 

De kinderen krijgen voldoende ruimte en gelegenheid om zowel binnen als buiten hun grove motoriek te ontwikkelen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de fijne motoriek door het aanbieden van specifiek speelmateriaal. Zo is het vasthouden van een potloodje of een kinderschaartje, het verven met de handen of een kwastje en het spelen met klei of zand bevorderlijk voor de fijne motoriek.

 

Het kind leert het verloop van de dag kennen door de vaste dagindeling en hij leert de regels te begrijpen. De pm’ers zullen de vragen van het kind naar het ‘hoe’ en ‘waarom’ zoveel mogelijk duidelijk beantwoorden. Daardoor leert het kind situaties en de wereld om zich heen kennen en begrijpen. Het houden van gesprekjes, vertellen, voorlezen, boekjes bekijken en liedjes zingen behoort tot de dagelijkse bezigheden van de pm’ers.
Omdat kinderen veel leren door imitatie wordt door de alle medewerkers in onze kinderopvang in de correcte Nederlandse taal gesproken. Verkeerd uitgesproken woorden door kinderen kunnen op een speelse manier worden verbeterd.

De dreumesen beleven veel plezier aan elkaars aanwezigheid maar spelen voornamelijk voor zichzelf. De pm’er stimuleert dit plezier in het samen zijn bijvoorbeeld door aan tafel samen liedjes te zingen voor het eten. Wanneer ook het ‘jij-besef’ ontstaat kan het spelen zich ontwikkelen van naast elkaar tot met elkaar.
De kinderen gaan meer met hun fantasie aan de gang. Hun spel wordt ingewikkelder en krijgt steeds meer een bedoeling. De behoefte aan de vertrouwde pm’er schuift steeds meer naar de achtergrond. De wetenschap dat zij aanwezig en beschikbaar zijn wanneer het nodig is, geeft het kind voldoende vertrouwen om zelfstandig te spelen en te ondernemen. Ze worden gerespecteerd en gestimuleerd in hun zelfstandigheid. Maar vergeten niet dat zij ook behoefte hebben aan een knuffel of aai over de bol.

 

Naast het vrije spel wat belangrijk is en waar dagelijks tijd en ruimte voor is, worden er in de groep gerichte activiteiten ondernomen. Vaak met een doel een ontwikkelingsvaardigheid te stimuleren, zoals kennismaken met bepaald materiaal of een samenwerking. De pm’ers weten welke activiteiten aansluiten bij het ontwikkelingsniveau, de interesse en mogelijkheden van het individuele kind en de groep.

 

Het kind is een individu en heeft behoefte aan de momenten van alleen zijn en momenten van samen zijn. Die gelegenheid krijgt het voldoende. Een kind wordt niet gedwongen om deel te nemen aan een bepaalde activiteit. De pm’er zal het kind wel aanmoedigen tot deelname aan het spel of de activiteit en het zo nodig daarbij ondersteunen. Zij zal het kind ondersteunen door het te helpen zelf te doen of het samen nog eens proberen.

 

De sociale competenties

Kinderopvang biedt een optimale gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Gedurende de hele dag doen zich situaties voor waarin kinderen samen spelen, samen delen en samen conflicten proberen op te lossen. De pm’ers zullen de kinderen hier zoveel mogelijk in begeleiden. Ze doen dit allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven. Maar ook door het gedrag of het gevoel van de kinderen te benoemen, het invoelingsvermogen naar anderen te stimuleren en de kinderen waar nodig bij te sturen. Onder andere de volgende vaardigheden hebben onze aandacht:

  • Leren samen te spelen en te delen
  • Leren elkaar te helpen
  • Leren te luisteren naar elkaar
  • Leren op te ruimen en zuinig te zijn op eigen spullen en die van anderen
  • Als kinderen elkaar pijn doen of ruzie maken; het samen bespreken en het goed maken
  • Respect hebben voor elkaar maar ook voor jezelf durven opkomen
  • Bepaalde grenzen en sociale regels leren in verschillende situaties, ze accepteren en nakomen
  • Leren een band op te bouwen met kinderen en volwassenen

 

De persoonlijke competenties

De persoonlijke competenties hebben we opgedeeld in de cognitieve ontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling.

 

Cognitieve ontwikkeling

Cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling van het denken, de waarneming en de fantasie, en ook begrippen als intelligentie en geheugen spelen hierin een rol.
Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden spelmateriaal en activiteiten aangeboden die de brede cognitieve ontwikkeling stimuleren. Wij vinden het belangrijk de kinderen de mogelijkheid te bieden zelf hun omgeving te exploreren en de mogelijkheden van diverse materialen te ontdekken. In het uiteindelijke resultaat van de activiteiten zal de individuele creatieve inbreng van elk kind een grote rol spelen.

 

Sociaal-emotionele ontwikkeling

De sociaal-emotionele ontwikkeling wil zeggen dat het kind leert om gevoelens van zichzelf en anderen te begrijpen en daarmee om te gaan.

Wij vinden het belangrijk dat het kind zijn emoties kan uiten. Daarom proberen we op de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en geborgenheid en leren de kinderen respect te hebben voor elkaars gevoelens. Door gedrag of gevoelens te benoemen en er over te praten, help je het kind zichzelf en anderen beter te begrijpen.
De wat oudere kinderen stimuleren we hun emoties te verwoorden. We proberen er bijvoorbeeld achter te komen waarom een kind boos of verdrietig is en zoeken dan samen naar een oplossing. Soms zal het kind het willen uitpraten, een andere keer wil het gewoon zijn boosheid uiten, even alleen zijn, of juist persoonlijke aandacht. Ons uitgangspunt hierbij is dat we per moment en per kind bekijken hoe we op een goede wijze op de emoties van het kind kunnen reageren.

 

Motorische ontwikkeling

Motoriek is het vermogen om te bewegen.
Grove motoriek omvat grote bewegingen als lopen, rennen, springen.
Fijne motoriek omvat kleine bewegingen als tekenen, schrijven en knippen

Grove motoriek

Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt het kind zich zeer snel en is de motorische ontwikkeling van maand tot maand te volgen. Het kind beschikt nog vrijwel uitsluitend over een grove motoriek. Deze bestaat onder andere uit zwaaien, kruipen en gaan staan. De pm’ers stimuleren de motorische ontwikkeling met name door het aanbod van divers, op het kind afgestemd spelmateriaal.

Fijne motoriek

Vanaf ongeveer een jaar gaat de fijne motoriek zich verder ontwikkelen. Ze leren zelf hun bestek vast te houden en sokken aan te doen. Ook door o.a. knutselen, tekenen, puzzelen, bouwen met constructiematerialen wordt de fijne motoriek verder gestimuleerd.

 

Sensitieve responsiviteit

Sensitief en responsief reageren op kinderen is zeer belangrijk voor de ontwikkeling van vooral de emotionele veiligheid van een kind, al vanaf de dag dat ze geboren worden. Als pm’er kunnen wij hier een grote bijdrage aan leveren door de signalen van de kinderen goed begrijpen (sensitief) en hier op een positieve manier op reageren (responsief). Door te laten blijken dat je de signalen van kinderen goed ‘verstaat’ voelt het kind zich gezien, gehoord en begrepen in zijn behoeftes. Zo wordt de basis van zelfvertrouwen gelegd.
Sensitief reageren op kinderen doen we door oogcontact te maken, vriendelijk en op kind hoogte met het kind te praten, benoemen en erkennen wat je ziet of hoort (“ik zie dat je heel boos bent en dat mag best!”), actief luisteren, lichamelijk contact maken (als het kind dit wilt) en letten op non-verbale communicatie van de kinderen.

 

Respect voor autonomie

Autonomie betekent: het recht om zelf te bepalen wat je doet. Als je respect hebt voor de autonomie van het kind, wil dat zeggen dat je respect hebt voor wie het kind is, voor de eigenheid van het kind en voor wat het kind wil. Het ene kind is wat drukker en onderzoekend, het andere kind is rustig en afwachtend. Het ene kind is sneller met lopen en het andere kind is sneller met praten. Door het kind het gevoel te geven dat het mag zijn wie hij is, ontwikkeld dit zijn zelfvertrouwen op een positieve manier.
Het is natuurlijk niet zo dat de kinderen de hele dag mogen doen wat ze willen. Door ze keuzemogelijkheden te geven (“wil je puzzelen of ga je liever kleuren?” of “Wil je zelf eten of zal ik je helpen?”) heb je respect voor hun autonomie, maar wel binnen de grenzen van het dagritme, thema etc.
Respect voor autonomie toon je ook door het aan te kondigen als je het kind op wilt pakken of het snotneusje wilt vegen, geduld te tonen ten opzichte van de ideeën en oplossingen van het kind, op vriendelijke en respectvolle manier hun medewerking vragen (“Ik zou graag zien dat jullie nu gaan opruimen”) en door de kinderen te laten meepraten en – beslissen (“Hebben jullie vandaag zin in appel en peer of in appel en mandarijn?”).

 

Overdracht van normen en waarden

Om de kinderen bepaalde normen en waarden mee te geven die in onze samenleving belangrijk worden gevonden, is het ten eerste belangrijk zelf als pm’er het goede voorbeeld te geven. Kinderen leren op jonge leeftijd vooral door het in zich opnemen van wat er in de wereld om hen heen gebeurt. Pm’ers zijn zich erg bewust van hun voorbeeldfunctie, en naast dat ze letten op hun tafelmanieren of omgangsvormen, staat voorop het kind en collega’s te behandelen zoals je zelf ook het liefst behandeld zou willen worden. Normen en waarden die wij belangrijk vinden zijn onder andere: niet vloeken, het vragen als je iets wilt hebben, opruimen na het spelen, tafelmanieren (eerst de korstjes opeten, aan tafel blijven zitten en met de mond dicht eten), niet slaan of schoppen en je excuses aanbieden of een kusje/handje geven om het weer goed te maken als er iets vervelends gebeurd.

 

Corrigeren en belonen

De pm’er begeleidt een kind door niet meer en niet minder te verwachten dan het kind qua ontwikkelingsniveau aankan. Het is voor een kind belangrijk om te weten waar de grenzen met betrekking tot gedrag liggen. Dit kan het kind leren door het vriendelijke maar duidelijke en consequente optreden van de ouders en de pm´ers.

Het positief benaderen en het prijzen van gewenst gedrag is erg belangrijk. Wij corrigeren de kinderen en spreken niet echt van straffen. De pm´er keurt gedrag af wanneer het belang van de andere groepsgenootjes in het gedrang komt. Het gedrag wordt hierbij afgekeurd, niet het kind zelf.

Wij corrigeren ongewenst gedrag consequent, dus niet de éne keer wel en de andere keer niet. We laten ook duidelijk merken dat de ´straf´ over is, een ´straf´ heeft een begin en een eind.

 

Zorgen omtrent de ontwikkeling

Alle kinderen zijn uniek en ontwikkelen zich op hun eigen manier, in hun eigen tempo. Maar als een kind zich zodanig anders, langzamer of sneller ontwikkeld dan zijn leeftijdsgenootjes, kan het zijn dat er hulp van buiten af nodig is. Het kindje zal misschien net wat meer, extra of speciale aandacht nodig hebben, die wij als kinderopvang niet altijd kunnen bieden. Dit zien wij niet als een probleem, maar juist een manier om het kind te helpen, en zo communiceren wij het ook te alle tijden naar de ouders.
Binnen onze kinderopvang hebben wij een zorgcoördinator aangesteld. Zij is een ervaren pm’er gespecialiseerd in zorgen omtrent de ontwikkeling.

Als ouders naar ons (pm´er of leidinggevende) toekomen met vragen of problemen in de opvoeding of ontwikkeling, gaat meestal de mentor en/of de zorgcoördinator een gesprek aan met de ouders. Hierin wordt besproken of de pm’ers hier ook tegenaan lopen, en of (extern) advies gewenst is. De ouders kunnen doorverwezen worden naar het Ouder- en Kind Team (OKT)  Osdorp, of onze Ouder- en Kindadviseur (OKA) (contactgegevens zijn opgenomen in de sociale kaart van de Meldcode[4]).
Ook kan het zijn dat de pm’ers afwijkend/extreem gedrag of problemen in de ontwikkeling constateren. De mentor maakt van haar bevindingen een kort verslag met daarin concreet beschreven waar er zorgen over zijn. Dan bespreekt zij het met de naaste collega’s en de zorgcoördinator. Hiervoor wordt eventueel z.s.m. een groepsoverleg gepland.
De zorgcoördinator biedt de ondersteuning aan de pm’ers en begeleidt het proces. Ook zal zij een aantal keer het kindje komen observeren en hier verslag van doen. Zij bepaald dan uiteindelijk of hulp van buitenaf wenselijk is.
Als hulp van buiten af wenselijk is, schakelt de zorgcoördinator de ouders in en plant een gesprek, samen met de mentor van het kin. In dit gesprek wordt besproken wat de pm’ers en de zorgcoördinator geconstateerd hebben, hoe de ouders erin staan en het advies van het inschakelen van hulp van buitenaf wordt neergelegd.
Hulp van buitenaf kan enkel en alleen maar met toestemming van de ouder(s).
Externe hulp kan zijn: advies inwinnen bij het OKT of de OKA, logopediste of okido.
De externe partij komt het kindje observeren en vanuit hun standpunt een eventueel verder advies uit te brengen. Dit kan zijn extra individuele aandacht d.m.v. een extra pm’er op de groep, thuis extra ondersteuning of een doorverwijzing voor logopedie

Problemen in de thuissituatie

Het kan voorkomen dat een kind opeens afwijkend gedrag vertoond, bijvoorbeeld door gebeurtenissen of situaties in de privésfeer. Door dit bespreekbaar te maken met ouders kom je er wellicht achter hoe het komt.
Soms hebben de pm’ers ook een vermoeden hebben van huiselijk geweld, verwaarlozing of misbruik. Zij zijn dan verplicht de stappen te volgen van de Meldcode. Meer hierover vindt u in het Veiligheids- en Gezondheidsbeleid van onze kinderopvang.

 

Personeel

Al onze pedagogische beroepskrachten beschikken over een relevante pedagogische mbo of hbo kwalificatie conform de CAO Kinderopvang. Tevens staat iedereen die werkzaam is, of regelmatig aanwezig is op onze kinderopvang, ingeschreven in het Landelijk Personenregister Kinderopvang. Inschrijven in het personenregister kan alleen met een geldige VOG[5]. De Justitiële Informatiedienst voert een continue screening uit en als blijkt dat iemand binnen onze kinderopvang een strafbaar feit heeft gepleegd welke een bedreiging vormt voor de kinderen, dan krijgen wij daar een signaal van via de GGD en de gemeente.

Het is mogelijk beroepskrachten in opleiding in te zetten. Dit gebeurt incidenteel (bijvoorbeeld in geval van ziekte) of op basis van formatieve inzetbaar, beide conform de CAO Kinderopvang.
Daarnaast is er altijd minimaal één volwassene in het pand aanwezig die in het bezit is van een geldig kinder-EHBO diploma.

 

Pedagogisch coach (IKK coaching)

Elke kinderopvang heeft een (interne of externe) pedagogisch coach, ook wel IKK-coach. Dit omdat deze functie verplicht is sinds de inwerkingtreding van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).
Deze pedagogisch coach observeert, analyseert en ontwikkelt ideeën om de kwaliteit binnen de kinderopvang te verbeteren, en speelt daarnaast een actieve rol in de ontwikkeling van de pm’ers.
Het aantal fte (fulltime formatieplaats) pm’ers bepaalt het minimaal aantal uur coaching per jaar. Elke pm’er ontvangt minimaal één uur coaching per jaar.
De verdeling van het totaal aantal uren en de invulling ervan is maatwerk en opgenomen in het jaarlijkse coachings- en beleidsplan.

 

Pedagogisch beleidsmedewerker

De pedagogisch beleidsmedewerker houdt zich bezig met de ontwikkeling, het wijzigen en implementatie van het pedagogisch beleid.  Per kinderopvang wordt hiervoor minimaal 50 uur per jaar berekend.

De verdeling van het totaal aantal uren en de invulling ervan is maatwerk en opgenomen in het jaarlijkse coachings- en beleidsplan.

 

Stagiaires

Om aankomende beroepskrachten de kans te geven ervaring op te doen binnen de kinderopvang, bieden wij deze studenten een leerwerkplek. Er zijn twee verschillende leerroutes voor aankomende beroepskrachten: BOL en BBL.
BOL staat voor beroeps opleidende leerweg. De student brengt het grootste gedeelte van de opleiding op school door en loopt stage voor een bepaalde periode in de opleiding.
BBL staat voor beroeps begeleidende leerweg. De student combineert werken met leren. De student kan gaandeweg de opleiding steeds meer volledig ingezet worden.

De eerste paar weken van een nieuwe stagiaire worden gebruikt om alles en iedereen te leren kennen: de collega’s, de kinderen, de ouders en het dagritme. Wij verwachten enkel enthousiasme, vriendelijkheid en een liefdevol overkomen. Nadat de stagiaire is gewend worden er taken gegeven. Welke taken is erg afhankelijk van het niveau van de stagiaire, maar ook het leerjaar en de eisen vanuit school spelen hierin een rol:

Niveau 1 en 2 is er vooral om de pm’ers te ondersteunen in de huishoudelijke en verzorgende taken.
Voorbeeld taken van een stagiaire niveau 1 of 2:
– Schoonmaken
– De was
– Fruithapjes klaarmaken
– Bedden verschonen
– Kleine activiteiten als een boekje voorlezen of liedjes zingen

Niveau 3 en 4 worden echt klaar gestoomd voor het beroep van pm’er. Ze worden zo veel als mogelijk meegenomen in de dagelijkse gang van zaken en doen aan het eind van hun stageperiode bijna hetzelfde als de pm’ers.
Voorbeeld taken van een stagiaire niveau 3 of 4:
– Tonen van eigen initiatief m.b.t. de dagelijkse routine
– Activiteiten plannen en uitvoeren
– Overdracht naar ouders (onder begeleiding van een pedagogisch medewerker)

 

Wij hebben ook te maken met HBO- studentes die stage lopen bij ons. Deze zijn vaak beginnende studentes en soms zijn ze zelfs al werkzaam bij ons.
Voorbeeld taken van een HBO-stagiaire zijn:

– Organiseren van ouderavonden

– Meewerken aan het opstellen of het wijzigen van beleidstukken.

– Maken van planningen voor bijvoorbeeld de VVE-groepen

– Bijwonen van oudergesprekken, gesprekken met de zorgcoördinator (uiteraard in overleg met ouders)

 

Stagiaires worden begeleidt door een vaste pm’er welke zij het vaakst ziet. Deze pm’er heeft idealiter minimaal het niveau van de stagiaire. Eens per 2 à 3 weken zitten ze samen om de voortgang te bespreken.
Zie voor specificaties rondom stagiaires ons Beroepspraktijkvormingsplan (BPV-plan).

 

Groepsvorming

De keuze voor kinderopvang is een keuze voor opvang van het kind in groepsverband. Kinderen leren hierdoor al vroeg en in zekere mate rekening met elkaar te houden. Om zich te kunnen ontwikkelen is het een voorwaarde dat de kinderen zich in de groep veilig en vertrouwd voelen. Het kind moet de kans krijgen om een band op te bouwen met de pm’ers en de groepsgenootjes. Die gelegenheid scheppen wij door zorg te dragen voor stabiliteit en continuïteit in de groep.

Dit wordt bevorderd door:

  • vaste gezichten;
  • vast dagritme;
  • een minimale plaatsing 2 dagen

 

Groepsgrootte

Het aantal kinderen in een groep is afhankelijk van de volgende factoren:

  • de leeftijd van de kinderen
  • de beschikbare ruimte in het kinderdagverblijf

 

Door de Wet Kinderopvang is vastgesteld hoeveel kinderen in een groep geplaatst kunnen worden en hoeveel vierkante meters vloeroppervlakte per kind beschikbaar moet zijn.

Binnen onze kinderopvang 0 – 4 komt dit neer op:

 

  • De Zonnetjes: max. 9 kinderen (3 pm’ers)
  • De Bijtjes: max. 11 kinderen (2 pm’ers)
  • De Vlindertjes: max. 14 kinderen (2 pm’ers)
  • De Lieveheersbeestjes: max. 16 kinderen (2 pm’ers)

 

Beroepskracht kind ratio; het BKR

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de stamgroep bedraagt ten minste:

1 beroepskracht per 3 aanwezige kinderen tot 1 jaar;

1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar;

1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar;

1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar;

 

Vaste gezichten op de groep

Wij proberen zoveel mogelijk vaste pm’ers (vaste gezichten) op de groepen te plaatsen. Alle groepen hebben vaste pm’ers op vaste dagen en vaste tijden.

Voor baby’s (< 0 jaar) zijn maximaal twee vaste gezichten bij een beroepskracht kind ratio van één of twee pm’ers toegestaan is. Alle kindjes zien dagelijks minimaal één van deze twee vaste gezichten.

Voor een kind van 1 jaar en ouder zijn maximaal drie vaste gezichten bij een beroepskracht kind ratio van één of twee pm’ers toegestaan. Op deze groepen zien de kindjes dagelijks minimaal één van deze drie vaste gezichten.

 

Mentor

Ieder kind heeft een mentor toegewezen gekregen. De mentor is een vaste pm’er die werkt op de groep van het kind. Zij is het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken.

Om de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen, moet de mentor het kind echt kennen. Daarom is zij direct betrokken bij de opvang en ontwikkeling van het kind. De ouders worden tijdens het intakegesprek en/of overgangsgesprek op de hoogte gebracht wie de mentor van hun kind zal zijn. Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders).
Kinderen tot 2 jaar worden elk kwartaal geobserveerd door middel van onze observatieformulieren. Deze worden meegenomen en besproken tijdens de oudergesprekken.
Vanaf 2 jaar wordt de ontwikkeling van het kind bijgehouden middels de KIJK-registratie.

 

Ruilen/extra opvangdagen

Als de ouders één of meerdere dagen extra opvang wensen, of willen ruilen, dient dit minimaal twee weken van tevoren schriftelijk aan te worden gegeven, door middel van een ‘aanvraagformulieren extra dag en/of ruildag’. Afhankelijk van de bezetting en het aantal pm´ers op die dag zullen wij dan kijken of dit mogelijk is, en dan ontvangen de ouders het aanvraagformulier ingevuld terug.
Mocht er dringend een extra-/ruildag nodig zijn dan kan er altijd telefonisch contact opgenomen worden met een leidinggevende. Ruilen of extra dagen is uiteraard alleen mogelijk als de bezettingsgraad het toelaat.
Voor de extra dagen ontvangt u naderhand een aparte factuur.

Er mag niet geruild worden met nationale feestdagen of dagen waarop onze kinderopvang is gesloten. Deze sluitingsdagen worden per jaar, vooraf, al afgetrokken van het totaal aantal dagen per jaar. Er wordt dus voor deze dagen niet betaald.

 

3-uurs regeling

Het is toegestaan per dag gedurende maximaal drie uur af te wijken van de beroepskracht kind ratio. In totaal moet dan minstens de helft van de pm´ers aanwezig zijn.
Dit doen wij op de volgende groepen, op de volgende tijden:
Op de Zonnetjes:
Tussen 8.00u en 9.00u / van 13.00u tot 14.00u / tussen 17.00u en 18.00u

Op de Bijtjes:
Tussen 8.00u en 9.30u / van 13.30u tot 14.30u / tussen 17.00u en 18.00u

Op de Vlindertjes:
Tussen 8.00u en 9.00u / van 12.30u tot 13.30u / tussen 17.00u en 18.00u

Tijdens vakantieperiodes met dagelijks minder personeel of ziekte van pm´ers is het incidenteel mogelijk dat hiervan afgeweken wordt. Wij zullen altijd ons uiterste best doen om afwijkingen zo veel als mogelijk te beperken.

 

Doorstromen naar een andere groep

De overgang naar een andere groep kan voor het kind een ingrijpende gebeurtenis zijn. De overgang wordt daarom met zorg gepland en het kind zorgvuldig begeleidt.

De leiding neemt de beslissing in overleg met de ouders om een kind naar de andere groep te laten overgaan. Zij nemen daarbij de volgende punten in overweging:

 

  • Is het kind qua ontwikkelingsniveau toe om door te gaan naar de andere groep, heeft het behoefte aan een nieuwe uitdaging en zou het zich goed staande kunnen houden tussen de wat oudere kinderen?
  • Is er plaats in de volgende groep?
  • Kunnen er eventueel andere kinderen mee overgaan, zodat het gewenningsproces vergemakkelijkt wordt?

 

Voor de doorstroming wordt er enkele malen proefgedraaid zodat het kind langzaamaan kan wennen aan de andere groep. Voordat een kind naar de andere groep overgaat vindt er een overgangsgesprekje plaats. Dit gesprekje is tussen de mentor van het kindje van de nieuwe groep en de ouder(s). Hierin wordt het volgende besproken:

– Wie zijn de vaste pm’ers van de groep, de eventuele stagiaires, en welke dagen werken ze?

– De dagelijkse routine van de groep; zijn er verschillen met de vorige groep?

– Het zindelijk zijn/worden wordt besproken.

– De kennismakingspapieren (die ingevuld zijn op de allereerste dag op de kinderopvang) worden erbij gepakt en door genomen door de ouder:
Klopt alle informatie nog? Kloppen alle telefoonnummers nog? Is de informatie betreft het kind nog van belang? Ook als de ouder geen overgangs-gesprekje wenst, is dit belangrijk.

– De eerste echte dag op de ‘nieuwe’ groep wordt door gegeven aan de ouders, zodat zij weten dat het kindje vanaf die datum op de ‘nieuwe’ groep gebracht moet worden.

 

Bij het overgaan van de Zonnetjes naar de Bijtjes is een overgangs-gesprekje een must, en worden óók de volgende punten besproken:

 

– De inloop in de ochtend: alle kindjes moeten om 9.00u binnen zijn! Aan de ouders wordt geadviseerd uiterlijk 8.55u aanwezig te zijn op de groep, zodat de gehele groep exact om 9.00u kan starten met het dagprogramma.

 

Tv-kijken

Op alle voorschoolgroepen is een televisie aanwezig. Deze wordt gebruikt in samenhang met een thema. De kinderen worden bij elkaar in een kring of op de banken gezet zodat de activiteit sociaal blijft.

Op de groep wordt maximaal 10 minuten per dag televisie gekeken.

is een

Dagritme baby´s

Bij de Zonnetjes wordt zoveel mogelijk het eigen ritme van de baby aangehouden wat betreft de voeding, het slapen en het verschonen. Uiteraard moeten wij ook rekening houden met de schema´s van de andere baby´s. Voor de continuïteit is het belangrijk dat het ritme van thuis niet teveel afwijkt van het ritme van de kinderopvang.

Het verzorgen van de baby´s neemt een groot deel van de dag in beslag. Zo gaat het bij het voeden om meer dan alleen het toedienen van voedsel en bij het verschonen om meer dan een schone luier. Het spel met de handjes, voetjes en het gezicht biedt de baby veiligheid en vertrouwen.

Gaan baby´s over naar vaster voedsel (dit gebeurt pas na toezegging van ouders) dan eten zij rond 9.30 uur gezamenlijk een fruithap en tussen 11.00u en 12.00u een boterham of een warme hap. Zo wordt er langzaam naar het vaste dagritme van de voorschool toe gewerkt.

Het dagritme voor de Zonnetjes dat dient als leidraad, ziet er als volgt uit:

07.30 uur – 09.30 uur                De kinderen worden verwacht. Voor de ouders is er gelegenheid een praatje te maken. Vrij spel of een activiteit aan tafel voor de kinderen.

09.30 uur – 10.00 uur                Samen aan tafel om fruit te eten en wat te drinken. Er is gelegenheid voor een verhaaltje of een liedje.

10.00 uur – 10.15 uur                 Verschonen en handen wassen
De kleinere kindjes kunnen gaan slapen.

10.15 uur – 10.45 uur                De kinderen gaan een gerichte activiteit doen (maximaal ½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spelen

10.45 uur – 11.00 uur               Samen opruimen, verschonen en uitkleden,

handen schoonmaken

11.00 uur – 12.00 uur                 Samen aan tafel voor de broodmaaltijd/warme maaltijd

12.00 uur – 14.30 uur                Slaapuurtje voor de grotere kindjes. De pm’er  treft voorbereiding voor de middag en de volgende ochtend.

14.30 uur – 15.00 uur                De kinderen worden wakker. Verschonen

15.00 uur – 15.30 uur                De kinderen krijgen drinken en een hapje (yoghurt, biscuittje, rijstwafel, soepstengel)
De kleinere kindjes kunnen gaan slapen.

15.30 uur – 16.00 uur                De kinderen gaan een gerichte activiteit doen (maximaal

½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spelen

16.00 uur – 16.30 uur                 Samen aan tafel voor een cracker of ontbijtkoekje en iets te

drinken

16.30 uur – 16.45 uur                 Verschonen

16.30 uur – 18.30 uur                De kinderen worden opgehaald. Voor ouders is er tijd en gelegenheid voor een praatje.

 

Verlaten Stamgroep

De kinderen verlaten regelmatig de stamgroep om te spelen op de speelgang, de vrije BSO-ruimte, om buiten te spelen op de binnenspeelplaats of om te wandelen.
De Bijtjes en de Vlindertjes worden regelmatig opgesplitst tijdens het kringmoment, tenzij dit niet mogelijk is omdat het kind-ratio het toelaat dat er maar één pm’er op de groep staat. De groep wordt verdeeld in twee groepen. De allerkleinsten van de Bijtjes doen een kringmoment op de gang, en de helft van de Vlindertjes gaat, met uitzondering van dagen tijdens schoolvakanties, naar de vrije BSO-ruimte.
Verder wordt er jaarlijks een activiteitenplanning gemaakt voor een aantal buitenactiviteiten. In deze planning staat wie er meegaan (welke leeftijdscategorie) en wanneer ze wat gaan doen. Voor deze activiteiten worden er vaak ouders meegevraagd.

Deze geplande activiteiten kunnen zijn:

–  kinderboerderij

–  voorleesochtenden in de bibliotheek te Osdorpplein –  spelen in de speeltuin Sloten

–  theatervoorstellingen in de Meervaart

–  geitenboerderij

–  Ballorig

–  Artis

 

Bij de buiten activiteiten wordt vooraf toestemming aan de ouders gevraagd. Door middel van de overeenkomst ‘Uitstapjes kinderen’ kunnen ouders hun toestemming verlenen. Dit kan zijn wandelend, met een busje of met het openbaar vervoer. Reizen met het openbaar vervoer zal echter nauwelijks gebeuren aangezien de voorkeur wordt geven aan de auto/busjes.

Wat mogen ouders verwachten van KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer tijdens:

  • Een wandelende activiteit
  • Dreumesen tot 2 jaar zitten altijd in de bolderkar
  • Dreumesen vanaf 2 jaar lopen aan de hand van een medewerker (dus max. twee kinderen per medewerker)
  • De peuters lopen buiten aan een evacuatiekoord
  • Alle medewerkers en alle kinderen dragen een fel gekleurd hesje
  • Het wandelen gebeurt in een veilige omgeving
  • Er gaat voldoende begeleiding mee
  • Een activiteit met een auto/busje
  • De auto en/of busjes zijn voorzien van (inzittenden-)verzekering
  • Alle kinderen zitten op een verhoging (zitje), in de veiligheidsriemen. Voor kinderen tussen 2 en 3 jaar zullen wij de ouder(s) vragen om een autostoel.
  • Alle deuren zijn voorzien van kinderslot
  • Achter het stuur zit een pedagogisch medewerker met een rijbewijs en genoeg ervaring
  • Er gaat voldoende begeleiding mee
  • Een activiteit met het openbaar vervoer
  • Alleen kinderen van 2,5 jaar en ouder.
  • Begeleiding: 1 op 2 kinderen.

 

(Zie ook: Protocol veilig vervoer en het Veiligheids- en Gezondheidsbeleid)

 

Er zijn een aantal andere momenten waarop de kinderen niet op hun eigen stamgroep opgevangen worden. Dit geldt enkel voor de groepen op de begane grond.
Bijvoorbeeld als een dreumes gebracht wordt om 7.30u maar de eerste pm’er van zijn groep komt pas om 8.00u. Ook aan het eind van de dag kan dit het geval zijn. Hieronder wordt dit duidelijk gespecificeerd:
Tussen 7.30u en 7.45u: Alle kinderen worden opgevangen op de gang, door de pm’ers die de dag starten.
Tussen 7.45u en 8.00u: De baby’s gaan naar de eigen groep.
Om 8.00u: De volgende pm’er is aanwezig en de dreumesen gaan naar hun eigen groep.
Om 8.30u: De peuters gaan ook naar hun eigen groep.

Tussen 12.30u en 14.30u: De peuters die niet meer slapen spelen op de gang, de dreumesruimte, gaan naar buiten of gaan spelen in de vrije BSO ruimte.
Van 18.00u tot 18.30u: De dreumesen en de peuters worden gezamenlijk opgevangen op de speelgang. Vanuit daar worden zij opgehaald.

Tijdens vakantieperiodes met dagelijks minder personeel of ziekte van medewerkers is het incidenteel mogelijk dat hiervan afgeweken wordt. Wij zullen altijd ons uiterste best doen om afwijkingen zo veel als mogelijk te beperken.

Maaltijden

Het gebruik van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat niet alleen om het eten en drinken, maar om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samen zijn en een rustmoment op de dag.

Het eten en drinken dient niet aan de kinderen opgedrongen te worden; eten moet iets leuks blijven en de kinderen worden positief benaderd.

Wanneer er kinderen andere voeding gebruiken (bijvoorbeeld dieetvoeding), dan wordt dit van te voren overlegd of de voeding door ons wordt aangeschaft of dat de ouder het zelf moet meenemen.

Op alle groepen wordt er op dinsdag t/m vrijdag voor alle kinderen een warme maaltijd verzorgd. Op de maandag wordt er geluncht met volkorenbrood.

De maaltijden worden bereid en verzorgd volgens onze ‘Hygiënecode’. Deze hangt ter inzage in de keukens, en de pm’ers dienen deze te kennen.

De warme maaltijden worden altijd op een bord met bestek gegeven. De kinderen eten niet met de hand. Ook al is het kind dit thuis gewend, zullen wij het kind stimuleren om met bestek (lepel of vork) te eten. De broodmaaltijden worden ook op een bord gegeven.
Als een pm’er het idee heeft dat een kindje tussendoor behoefte heeft aan drinken of eten, om welke reden dan ook, kan er uiteraard besloten worden iets extra’s te geven.

 

Onze kinderopvang biedt een basispakket aan voeding aan. In overleg met de leidinggevende kan er andere voeding aangeschaft worden.
Het basispakket bestaat uit:

  1. Nutrilon, hero
  2. halfvolle melk, yoghurt/vla
  3. limonade, diksap
  4. crackers, soepstengels, rijstwafels, ontbijtkoek
  5. fruit
  6. volkoren brood
  7. hartig beleg (smeerkaas, pindakaas)
  8. zoet beleg (appelstroop)
  9. pap (nutrix groeiontbijt, volkoren, bambix)

 

Het wennen

Voor het kind is het heel belangrijk dat het de pm’ers leert kennen. De stap van thuis naar de kinderopvang is voor zowel de ouders als het kind een belangrijke gebeurtenis.

Op onze kinderopvang komen de kinderen in principe vier dagen wennen. Deze periode van wennen is belangrijk omdat:

  • Het kind vertrouwt raakt met de nieuwe omgeving, de groepsruimte, de medewerkers, de groepsgenootjes, enz.
  • De ouders vertrouwd raken met de nieuwe situatie en een goede verstandhouding met de medewerkers kunnen ontwikkelen
  • De zaken zoals voedingsschema´s, slaapritmen en omgang met het kind, thuis en in het kinderdagverblijf op elkaar afgestemd worden

 

Wenschema:

  • Dag 1 – 10.00u tot 11.30u
    Op deze dag vindt het intake-gesprek met de pedagogisch medewerkers plaats. De ouders vullen een aantal formulieren in. Ook vertellen de pm’ers hoe het er op de groep aan toe gaat. Hierna blijft het kind een uur wennen; de ouders blijven er dan niet bij.
  • Dag 2 – 10.00u tot 12.30u
    Het kindje blijft vandaag langer, namelijk twee uurtjes. De ouders mogen er het eerste kwartier bijblijven.
  • Dag 3 – 10.00u tot 12.30u
    Idem aan dag twee.
  • Dag 4 – 10.00u tot 15.00u
    Dit is in principe de laatste wendag. Vandaag blijft het kindje ook slapen, en moet hij om 15.00u weer worden opgehaald. De ouders blijven er in principe niet bij, het is de bedoeling dat het kind alleen gebracht wordt.

Als het wennen van het kind niet in het gedrang komt kan hier in overleg met de pm’ers en/of leidinggevende van worden afgeweken.

 

Zindelijk worden

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen  tempo. Dit geldt ook voor het zindelijk worden. Een kind wordt zindelijk als het daar zelf aan toe is. Op de Bijtjes wordt een begin gemaakt met het zindelijk worden. De kinderen worden gestimuleerd omdat ze elkaar op het potje of naar de wc zien gaan.

Het zindelijk maken gebeurt met een zachte hand, dwang helpt niet of zelfs averechts. De pm’er is alert op de reactie van het kind en zal regelmatig vragen of het naar de wc moet.
Het weglaten van de luier gebeurt alleen na overleg met de ouders.

 

Trakteren

Een kind krijgt jaarlijks nogal wat traktaties aangeboden; bij verjaardagen of als iemand afscheid neemt. Vanuit onze kinderopvang willen wij dat het klein maar vooral enigszins gezond blijft en daarom zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden. Traktaties die niet in dit beleid passen, worden niet uitgedeeld.
–  Het liefst een leuke, gezonde traktatie met bijv. fruit (heel veel leuke ideeën te

vinden op internet) Een klein cadeautje (boekje, potloodjes, o.i.d.) kan ook leuk zijn!
–  Géén gesuikerd snoepgoed
–  Niet meer dan één traktatie
–  Een traktatie moet veilig zijn en geschikt voor de kinderen van de leeftijd waar het

voor bedoeld is (bijv. geen popcorn of cake voor baby’s)
–  Traktaties altijd in overleg met de pm’ers
–  Het trakteren wordt gedaan op het moment dat kinderen hun tussendoortje

hebben, bijvoorbeeld rond de ochtendpauze of ’s middags, maar het mag ook iets

zijn dat tijdens de lunch gegeten kan worden (pannenkoek, poffertjes etc.)
–  De traktatie vervangt de cracker, soepstengel o.i.d., nooit het fruit. De traktatie kan

ook iets extra’s zijn bij de lunch
–  Het is verplicht een zelfbereide traktatie gekoeld aan te leveren

 

Feest vieren

Op KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer wordt aandacht besteed aan feestdagen zoals Sinterklaas, Kerstmis, Pasen. Omdat er op onze kinderopvang verschillende culturen samen komen, willen wij feestdagen die vanuit andere culturen gevierd worden ook aandacht geven, zoals bijv. het Suikerfeest. Daarnaast worden verjaardagen en afscheidsfeesten van kinderen tot een bijzondere gebeurtenis gemaakt.

Wanneer een kind bijna jarig is, wordt er met de ouders overlegd wat de bedoeling is. Ouders zijn niet verplicht om de verjaardag van hun kind op de opvang te vieren. Indien ouders de verjaardag wel willen vieren wordt er gezongen en getrakteerd. Ouders zijn ook niet verplicht om de pm’ers te trakteren.

Omdat het feest vieren vaste programma onderdelen heeft zal het al snel voor ieder kind een vertrouwd gebeuren zijn.

De pm’er van wie het jarige kindje het mentorkindje is, zorgt ervoor dat alle voorbereidingen voor de verjaardag worden getroffen.

Wanneer een kind zijn of haar verjaardag viert op KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer, dient het volgende te gebeuren:

  • Een verjaardagsmuts
  • Aanplakbiljet bij de voordeur
  • Een cadeautje inpakken

Zorg ervoor dat het er leuk, vrolijk en netjes uitziet.

Een verjaardag wordt meestal ‘s middags gevierd, na het slapen rond 15.15u. Het jarige kind krijgt de verjaardagsmuts op en er zullen verschillende verjaardagsliedjes worden gezongen. Van de pm’ers wordt verwacht dat zij enthousiast deelnemen, en dat zij dit met hun volledige aandacht doen. Een verjaardag is voor een kind een spannende en leuke gebeurtenis, dus hier wordt actief op ingespeeld. Na het zingen krijgt de jarige job een cadeautje.

 

Wanneer een kind naar de basisschool gaat zal het afscheid nemen van KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer. Het is een afsluiting van een periode en het begin van een nieuwe periode. Het is aan ons om daar extra aandacht aan te besteden.

Met de ouder(s) wordt overlegt of ze het afscheid willen ‘vieren’ en wanneer.

Wanneer een kind naar de basisschool gaat, wordt het volgende gedaan:

  • plakboek met alle werkjes van het kind
  • aanplakbiljet
  • afscheidscadeautje

Ook wanneer een kind vroegtijdig onze kinderopvang verlaat, wordt  bovenstaand protocol gevolgd.

 

Spenen en knuffels

Een speen of een knuffel kan voor een kind erg belangrijk zijn; een hulpmiddel bij het slapen gaan of troost bij verdriet. Het kind leert bij ons om bij binnenkomst de speen en/of knuffel in het mandje/bakje te leggen tot dat het tijd is om naar bed te gaan. Zo wordt het kind niet belemmerd in zijn spel of taalontwikkeling. Mocht het kind behoefte hebben aan troost bij verdriet dan heeft de pm’er de speen en/of knuffel bij de hand.

 

Slapen

Bij de Zonnetjes hebben de kinderen vooral een eigen ritme wat betreft slapen.

Bij de Bijtjes en de Vlindertjes slapen de kinderen tussen 12.30u en 14.30u.

Bij de Lieveheersbeestjes wordt niet geslapen.

De Zonnetjes en de Bijtjes hebben een eigen slaapkamertje met bedjes, in een slaapzak. Bij de Vlindertjes liggen de kinderen op stretchers, onder een dekentje. Ze krijgen eventueel een speen en/of knuffel mee. Kinderen slapen bij KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer tot zij 3 jaar en 3 maanden zijn; daarna willen wij ze voorbereiden op de basisschool, en dus niet meer laten slapen.

De kindjes van de Zonnetjes en de Bijtjes worden in bed gelegd en elke 10 minuten gaat er iemand bij ze kijken, of als de gelegenheid er is, blijft er iemand bij zitten. Op de Vlindertjes blijft er constant iemand bij de kinderen op de groep. Kinderen die huilen worden uit bed gehaald, of zij worden gerustgesteld in bed, tot ze slapen.

Kinderen onder de 1 jaar mogen niet op de buik in bed worden gelegd. Dit in verband met een vergroot risico op wiegendood. Meer hierover vindt u in ons veiligheids- en gezondheidsbeleid.


Brengen en halen

Bij het op tijd brengen van het kind is er gelegenheid voor de ouders en het kind om te wennen en samen bijvoorbeeld een puzzeltje te maken. Het brengen is een belangrijk punt van de dag. Het kind zal afscheid moeten nemen van de ouders en dit kan voor sommige kinderen heel moeilijk zijn. De pm’er zal het kind overnemen bij het weggaan van de ouders en dan gaan ze eventueel samen zwaaien. De pm’er zal het kind afleiden met spel waardoor het kind het verdriet snel vergeet.

De momenten van brengen en halen geven gelegenheid tot het uitwisselen van globale informatie en vragen aangaande het kind tussen ouders en de pm’er.

Het is van belang de breng- en haaltijden in acht te nemen in verband met het dagritme. In overleg met de pm’ers kan hier een uitzondering op gemaakt worden.

Op de eerste wendag van het kindje zal door de ouders worden aangegeven wie het kindje wel (of eventueel niet) mag ophalen. Als iemand anders dan aangegeven het kindje wilt ophalen, en de pm’rs zijn daar door de ouders niet over geïnformeerd, wordt het kindje NIET mee gegeven.

 

Ziekte van het kind

Een kind dat ziek is hoort in de ogen van KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer thuis te blijven. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op de kinderopvang niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.

Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:

  • koorts (temperatuur van 38C of hoger)
  • besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken, bof, rode hond, ernstige diarree en dergelijke.

Wij handelen over het algemeen volgens de richtlijnen van het RIVM, maar er wordt vooral gehandeld vanuit de behoeften van het kind.

Mocht het kind op de kinderopvang ziek worden (bijv. 38 graden koorts), dan zullen de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden. Wel bekijken wij de situatie per kind. Een kind kan ook zonder koorts niet lekker in zijn vel zitten . Soms laten we het kind nog even een uurtje spelen of slapen, is de koorts daarna gestegen moet het kind toch opgehaald worden.  Onze pm’ers zullen altijd pas na overleg met collega(’s) en/of leidinggevende beslissen om de ouders te bellen. Het kind dient dan z.s.m. opgehaald te worden.

Het is belangrijk dat de pm’ers op de hoogte worden gesteld wanneer een kind in het weekend of de nacht ervoor ziek is geweest, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

 

Veiligheid en hygiëne

Veiligheid en hygiëne is een zeer belangrijk punt. Ouders moeten hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten bij ons. In ons Veiligheids- en Gezondheidsbeleid staat hier alles over. We zorgen ervoor dat deze altijd actueel is en tussentijds wordt bijgewerkt.

 

Oudercontacten

De ouders zijn primair verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Deze zorg wordt gedurende de tijd dat het kind op de kinderopvang is door de pm’ers overgenomen. Het is van belang dat de ouders de gelegenheid krijgt om zijn wensen met betrekking tot de verzorging van het kind over te dragen aan de pm’ers.

De ouders kunnen er verzekerd van zijn dat er zorgvuldig om wordt gegaan met persoonlijke gegevens. Pm’ers zullen voorzichtig omgaan met informatie over kinderen in hun contacten met andere ouders.

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer organiseert bij voldoende interesse van ouders, minimaal één maal per jaar een ouderavond met verschillende thema’s.

Tevens is er één keer per jaar voor de Zonnetjes een tien-minuten gesprek met de ouders over de ontwikkeling en het gedrag van het kind. Indien gewenst kan dit vaker.
Op de voorschoolgroepen zijn er standaard periodieke oudergesprekken aan de hand van de KIJK! registratie[6].
Zowel ouders als pm’ers kunnen desgewenst behoefte hebben aan een extra gesprek, bijvoorbeeld als er zorgen zijn.

 

Vertrouwenspersoon

Voor KDV & BSO Ons Dorpje is een vertrouwenspersoon aangesteld. Wij bieden hiermee de mogelijkheid om op vertrouwelijke basis te spreken over zaken waarbij ouders het gevoel heeft niet terecht te kunnen bij de medewerkers, leidinggevende of directie van onze kinderopvang. De vertrouwenspersoon is te alle tijden onafhankelijk.

Naam: Wendy Withuis

E-mail: wendy.withuis@gmail.com

 

Opzeggen

De opzegtermijn  bedraagt één maand. Zowel voor de ouders als voor de directie is de mogelijkheid tot opzegging. Als de opzegging vanuit de directie komt, dient deze dit goed te kunnen onderbouwen aan de ouders.
Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk of via de email.

 

Oudercommissie

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV heeft een oudercommissie (OC)
De oudercommissie is noodzakelijk zodat ouders ook inspraak hebben op de handelswijze van de kinderopvang. De oudercommissie behartigd  de belangen van de kinderen en hun ouders zo goed mogelijk.
Er wordt 2 à 3 keer per jaar vergaderd, meestal samen met de directie, maar ook zelfstandig. Conform de Wet Kinderopvang heeft de oudercommissie adviesrecht gekregen op belangrijke punten zoals bijvoorbeeld het pedagogisch beleid, voedingsbeleid, openingstijden, en veiligheid en gezondheid.  Daarnaast kunnen er onderwerpen worden aangebracht door de ouders.

 

Intern klachtenreglement

 

Als ouders een klacht hebben gaat de directie van KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer er van uit dat deze zo spoedig mogelijk met de eventueel betrokken personen besproken wordt. Het aanspreekpunt is daarmee in beginsel de pm’er op de groep.
Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan kan de klacht worden besproken met de directie.
Leidt dit ook niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een officiële klacht ingediend worden bij de klachtenfunctionaris:
Wendy Withuis: wendy.withuis@gmail.com
De klacht dient digitaal te worden ingediend. De klacht dient binnen een redelijke termijn na ontstaan van de klacht ingediend te zijn, waarbij 2 maanden als redelijk wordt gezien. De klacht wordt voorzien van dagtekening, naam en adres van de klager, eventueel de naam van de medewerker op wie de klacht betrekking heeft, en de groep plus een omschrijving van de klacht.
Mocht de klacht een vermoeden van kindermishandeling betreffen, dan treedt de Meldcode in werking. Deze klachtenprocedure wordt daarmee afgesloten.

De klachtenfunctionaris  draagt zorg voor de inhoudelijke behandeling en registratie van de klacht. Zij bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouders, legt het voor aan de directie en houdt de klager op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht. Afhankelijk van de aard en inhoud van de klacht wordt een onderzoek ingesteld. Indien de klacht gedragingen van een medewerker betreft, wordt deze medewerker in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk te reageren.

De klachtenfunctionaris bewaakt de procedure en termijn van afhandeling. De klacht wordt zo spoedig mogelijk afgehandeld, tenzij er omstandigheden zijn die dit belemmeren. In dat geval brengt de klachtenfunctionaris de klager hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De klacht wordt in ieder geval binnen een termijn van 6 weken afgehandeld.

De klager ontvangt een gemotiveerd oordeel over de klacht, inclusief concrete termijnen waarbinnen eventuele maatregelen zullen zijn gerealiseerd.

 

Extern klachtenreglement

Als de interne klachtafhandeling niet leidt tot een bevredigende oplossing of uitkomst, dan hebben ouders de mogelijkheid zich te wenden tot de Geschillencommissie:
www.degeschillencommissie.nl
070 – 310 53 10

Ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot de Geschillencommissie indien van de ouders redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de directie/houder indient. Ook als de klacht niet binnen zes weken tot afhandeling heeft geleid, kan de klacht worden voorgelegd aan de Geschillencommissie.

De klacht dient binnen 12 maanden, na het indienen van de klacht bij KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer aanhangig gemaakt te zijn bij de Geschillencommissie.

In 2021 zijn er geen klachten ingediend.

 

Visie

 

In het pedagogisch beleidsplan is de visie op de kinderopvang omschreven. In dit beleidsplan ligt de focus op het voor- en vroegschoolse aanbod.

Ons Dorpje vindt het van maatschappelijk belang om de kinderen vanaf 2 jaar methodisch te ondersteunen in hun ontwikkeling. Daarnaast vindt de organisatie het van belang om zorg en achterstanden vroegtijdig te signaleren en een passend aanbod aan elk kind aan te bieden. In haar begeleiding om een passend aanbod aan elk kind te bieden, grijpt Ons Dorpje alle mogelijke kansen zijn.

Om deze kansen te grijpen is het noodzakelijk om:

  • samen te werken met andere opvoeders en instanties;
  • personeel te scholen in het werken met de VVE erkende methode Piramide;
  • de ontwikkelingen van het kind te volgen;
  • doelmatig, doch kindgericht te werken;
  • planmatig te werken en
  • middelen en materialen beschikbaar te stellen die het personeel kan inzetten om haar doelen te realiseren.

 

SLO doelstellingen

Binnen de organisatie is het onze streven de rekenkundige en taaldoelstellingen te halen, zoals die zijn geformuleerd voor de kinderen aan het begin van groep 1. Hierdoor is het van cruciaal belang dat de pedagogische werkers bekend zijn met de doelstellingen.

 

 

 

De Piramide methode

 

Piramide is een methode die wij aanleren om dagelijks activiteiten aan te bieden, maar die wij ook inzetten in onze interactie met kinderen. Piramide voldoet aan de kwaliteitseisen van de gemeente Amsterdam, omdat:

  • het de ontwikkeling van speel-, leergedrag en zelfredzaamheid op gestructureerde en samenhangende wijze stimuleert;
  • het gericht is op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden;
  • het een overdraagbare, gestructureerde didactische aanpak kent en
  • het helpt voorbereiden op het basisonderwijs.

 

De 8 ontwikkelingsgebieden

Piramide richt zicht op de 8 ontwikkelingsgebieden van kinderen, namelijk:

  • Persoonlijkheidsontwikkeling: het stimuleren richting zelfredzaamheid.
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: het leren omgaan met andere individuen of emoties.
  • Ontwikkeling van de waarneming: het inzetten van alle zintuigen om de wereld te ontdekken.
  • Taalontwikkeling en ontwikkeling van rekenen en tellen: stimuleren om woorden in te zetten om zich uit te drukken in spraak en geschreven taal of het begrijpen van woorden. Het benoemen van cijfers, het synchroon tellen, het herkennen van vormen e.d. komen hier aan bod.
  • Denkontwikkeling: Het vermogen om verbanden te leggen te stimuleren, denk hierbij aan begrippen zoals meer, minder, veel weinig, zwaar, licht.
  • Oriëntatie op ruimte en tijd en wereldverkenning: de kinderen stimuleren om de wereld om hun hun te exploiteren, begrippen zoals vroeger, toekomst, later, verleden, heden, uren, gisteren, vandaag, dagen van de week komen aanbod.
  • Motorische ontwikkeling: mikken, springen, dansen, rennen, fietsen, rijgen, prikken, knippen zijn instrumenten om de motoriek te stimuleren.
  • Kunstzinnige ontwikkeling: het stimuleren van de creativiteit zorgt ervoor dat kinderen grenzen verleggen om oplossingen te vinden, door ze te laten voelen, bewegen en ervaren wordt hun creativiteit en fantasie gestimuleerd.

 

Doel

Wekelijks staat één van de acht ontwikkelingslijnen (SLO doelen) die met KIJK worden geobserveerd centraal. De pm’er stelt zich zelf tot doel om per dag meerdere activiteiten aan te bieden die de desbetreffende ontwikkelingslijn stimuleert. Dit wordt toegelicht aan de hand van een voorbeeld:

In week 32 staat op de jaarplanning het stimuleren van de rekenkundige ontwikkeling centraal aan de hand van de thema kleding. Op maandag biedt de pedagogische medewerker het synchronisch tellen tot en met 3 aan. Tijdens de kring hangt zij samen met de kinderen 3 sokken, 3 truien, 3 broeken op. Na het ophangen telt zij samen met de kinderen aanwijzend hoeveel sokken er hangen, hoeveel broeken er hangen. Tijdens het buitenspelmoment krijgt elk kind 3 ballen die zij door een hoepel mogen gooien. Bij elke gooibeurt wordt er geteld.

In de leeshoek wordt er interactief voorgelezen uit een boek die beelden het synchroon tellen stimuleert.

 

 

De thema’s

Het stimuleren van de acht ontwikkelingsgebieden wordt gedaan door thema gerichte activiteiten. Piramide werkt met 12 thema’s die jaarlijks worden herhaald. Herhaling zorgt ervoor dat de kinderen veel beter in staat zijn om te onthouden. Van deze thema’s biedt Ons Dorpje alleen onderstaande thema’s aan. Deze thema’s worden jaarlijks zoveel mogelijk afgestemd op de thema’s van de omliggende vroegscholen (basisscholen) waar de meeste kinderen naar uitstromen.

De thema’s van Piramide die worden aangeboden zijn:

  • Welkom
  • Mmm, eten en drinken
  • Herfst
  • Wonen
  • Ziek en gezond
  • Feest
  • Kleding
  • Lente
  • Kunst
  • Verkeer
  • Zomertijd

 

Deze thema’s maken het mogelijk om gedurende 4 – 6 weken peuters zoveel mogelijk woorden en vaardigheden aan te leren. Het zijn thema’s waar de kinderen dagelijks mee geconfronteerd kunnen worden. Er zijn tevens thema’s tussen die gedurende het hele jaar door besproken kunnen worden. Een voorbeeld geven wij aan de hand van de thema’s kleding en herfst. Thema kleding, biedt gedurende
6 weken de mogelijkheid om alles te leren over kleding, naaien, stikken, katoen, wanten, handschoenen, ritsen, veters, wol, knopen, een lange broek, hemden, shirts of jurken. Ook het thema herfst biedt mogelijkheden om met de kinderen in gesprek te gaan over het weer in de herfst. Wat doe je dan aan of neem je mee? Denk hierbij aan regenlaarzen, een herfstjas, een paraplu of een lange broek.

 

De projectstappen

Piramide heeft elk thema in 4 projectstappen uitgewerkt, namelijk:

  • Oriënteren
  • Demonstreren
  • Verbreden
  • Verdiepen

 

In alle boeken staan activiteiten vermeld die per projectstap kunnen worden uitgevoerd. Desondanks is Ons Dorpje daar geen voorstander van. Zoals wij al reeds eerder aangaven is piramide geen activiteit die je onderneemt, maar een methode. Het dient ervoor te zorgen dat je handvaten hebt om een activiteit aan te bieden, het dient je bewust te maken aan welk doel je werkt, maar het dient niet ten koste van de eigen creativiteit te gaan.

  • Oriënteren: in de oriëntatiefase maken de kinderen kennis met het thema. De groep wordt ingericht en de hoeken worden verrijkt met materialen.
  • Demonstreren: tijdens deze fase wordt er heel veel voorgedaan, geïnstrueerd en verteld. In deze fase beginnen wij heel dicht bij de belevingswereld van het kind.
  • Verbreden: tijdens verbreden staat de begripsuitbreiding centraal.
  • Verdiepen: in deze fase gaat het voornamelijk om de uitbreiding van het aanbod, kinderen leren van een afstand naar een situatie kijken. Vragen zoals: waar denk je dat ze naar toe gaan?, hoe

 

 

denk jij dat ze zich zullen voelen? We gaan op vakantie, wat nemen wij mee?, worden gesteld. Hierdoor wordt het denkvermogen van het kind gestimuleerd.

 

De ontdektafel/ontdekhoek

In de oriëntatie fase wordt materiaal de groep ingebracht die op de ontdektafel of -hoek worden geplaatst. Samen met de kinderen richten wij de ontdektafel in, met als doel hun nieuwsgierigheid op te wekken. Wat kan je met het materiaal, hoe ga je ermee om, hoe voelt het, hoe ruikt het, wat zie ik dat zijn de nieuwsgierigheidsvraagjes die worden gesteld? De ontdektafel neemt een centrale plek in de ruimte in en is goed zichtbaar vanuit de kring.

 

Speelleeromgeving

Activiteiten worden voornamelijk uitgevoerd tijdens het spel van de kinderen.
De pm’ers zien erop toe dat de speelomgeving van de kinderen zodanig is ingericht dat de kinderen weten waar zij mogen spelen en hoe zij met het materiaal moeten spelen.

De speelleeromgeving van onze kinderen is duidelijk begrensd, overzichtelijk, veilig en ordelijk. Echte materialen waarmee de kinderen van huis uit vertrouwd zijn, worden ingezet om de speelleeromgeving te verrijken. De kinderen worden in hun spel uitgenodigd om deze materialen te onderzoeken en te verkennen.

De pedagogisch medewerker zet deze materialen in om de verschillende ontwikkelingslijnen van het kind te stimuleren.

 

Rekenkundige ontwikkeling

In de huishoek kunnen door het inzetten van potten en pannen de begrippen zwaar en licht worden toegelicht en kunnen bij het bakken snijvormen worden ingezet om de kinderen bekend te maken met de cirkel, vierkant en de driehoek. In de leeshoek komen de vormen terug in de boeken. In de winkelhoek komen de vormen terug in de verpakkingen of producten. Zo komen ook in elke hoek minimaal de cijfers 1 tot en met 3 voor, zodat de ontluikende gecijferdheid kan worden gestimuleerd.

 

(H)erkenning van het kind

Er wordt ernaar gestreefd om de speelleeromgeving zodanig in te richten dat de kind zich in deze omgeving kan herkennen. Zo komen in de leeshoek boeken voor die (realiteit) afbeeldingen vertonen van de verschillende culturen. In winkelhoek kun je een pak lasagne of spaghetti tegen gekomen die vooral in de Italiaanse keuken worden gebruikt. In de poppenhoek tref je poppen met verschillende huidtypes, maar ook poppen met verschillende geslachtsdelen. Hierdoor leren de kinderen zichzelf herkennen en kunnen zij erkennen dat zij ook van andere kinderen verschillen.

 

Oriëntatie op tijd, ruimte en wereldherkenning

In elke hoek zijn er materialen aanwezig om deze ontwikkeling te stimuleren. In de leeshoek treft je boeken over verjaardagen, de seizoenen, klok kijken. Tijdens de kring worden de dagen van de week behandeld, maar ook de structuur van de dag. In de bouwhoek tref je een zandloper en in de huishoek een kookwekker.

 

Ontwikkelen van waarnemen

Waarnemen doe je door alle zintuigen in te zetten. Voelen, proeven, horen en ruiken. Fruit kan je wegen door te voelen, begrippen zoals rond krijgen je betekenis als je voelt maar ook door ernaar te kijken. Door te kijken naar de mandarijn kan je zien dat het de kleur oranje heeft en als je het schilt, kan je de mootjes tellen. Door het te proeven, krijgen zoet of zuur een betekenis en koppelen kinderen een mening eraan. Ze vinden het lekker of niet.

 

 

 

Taalontwikkeling

In alle hoeken is het voor de kinderen visueel zichtbaar waarvoor de hoek wordt ingezet. Om de ontluikende geletterdheid te stimuleren wordt het beeldmateriaal omschreven in zinnen van minimaal 3 woorden. Elke zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt of uitroepteken. Bij het omschrijven van het beeldmateriaal worden er leesletters gehanteerd. Daarnaast tref je in elke hoek een boek die de rollenspel in de hoek stimuleert. In de huishoek kan een kind lezen uit het boek koken met opa en oma en wordt hierdoor gestimuleerd om in een rollenspel de rol van opa en oma aan te nemen die een taart bakt.

 

Kindniveau

De zelfredzaamheid van de kinderen wordt vergroot door het plaatsen van materialen op kind hoogte. De materialen worden zodanig gelabeld dat de kinderen deze zelf kunnen kiezen, pakken en terugzetten. De ruimte is zodanig ingericht dat het voor de kinderen zichtbaar is welke materialen te allen tijde beschikbaar zijn (groen) en welke materialen zij alleen in aanwezigheid van een pedagogische medewerker kunnen gebruiken (groen). Daarnaast vergroten wij de bewustwording over het omgaan met het materiaal.

 

Groepsexploratie

Dagelijks is er een moment dat wij in groepsverband een thema gerichte activiteit ondernemen met elkaar. Dit kan variëren van het maken van een lentewandeling tot een activiteit in de kring. De kring heeft als doel:

  • een groepsmoment te creëren, waarbij de sociale ontwikkeling wordt gestimuleerd;
  • de presentie op te nemen;
  • de dagindeling te bespreken en daardoor de emotionele veiligheid wordt gestimuleerd;
  • dagelijks het tellen tot minimaal 5 aan te bieden, waarbij de denkontwikkeling van het rekenen wordt gestimuleerd;
  • de vormen regelmatig naar voren te laten komen, dit gecombineerd met de dagen van de week en de 4 primaire kleuren;
  • oriëntatie op tijd te stimuleren, door tijdens de kring de structuur van de dag te benoemen of de dag van de week te bespreken;
  • de persoonlijke ontwikkeling te stimuleren, bijvoorbeeld door een kind de keus te geven in welke hoek die wenst te spelen en het kiezen van een zonnetje van de dag, waarbij een kind positief wordt beloond met belangstelling.

Tutor

Als wij signaleren dat de kans op een achterstand aanwezig is, worden er tutormomenten ingezet. Afhankelijk van het gebied wat gestimuleerd moet worden kan dit dienen als één op één contactmoment.

 

 

 

Kwaliteitskader

 

In het kwaliteitskader VVE zijn alle randvoorwaarden opgenomen van de gemeente Amsterdam waaraan een VVE locatie moet voldoen. Onderstaand is opgenomen hoe wij hier invulling aangegeven.

 

Doelgroep

Op Ons Dorpje zijn drie voorschoolgroepen:

  • De Bijtjes: dit is de dreumesgroep op de begane grond. Hier wordt 46 weken per jaar (zomervakantie uitgezonderd) dagelijks voorschoolse educatie aangeboden van 8.30u tot 17.30u. Er worden dagelijks maximaal 11 kinderen opgevangen vanaf 2 jaar.
  • De Vlindertjes: dit is de peutergroep op de begane grond. Hier wordt ook 46 weken per jaar (zomervakantie uitgezonderd) dagelijks voorschoolse educatie aangeboden van 8.30u tot 17.30u. Er worden dagelijks maximaal 14 kinderen opgevangen vanaf 2 jaar.
  • De Lieveheersbeestjes: deze groep bevind zich in de BSO ruimte op de eerste verdieping.
    Hier wordt 40 weken per jaar (alle schoolvakanties uitgezonderd) voorschoolse educatie aangeboden op maandag/dinsdag/donderdag/vrijdag, van 8.30u tot 12.30u.
    Er worden dagelijks maximaal 16 kinderen opgevangen vanaf 2 jaar.

 

Alle kinderen hebben recht op 16 uur voorschoolse opvang. Bij Ons Dorpje zijn de overeenkomsten zodanig ingericht dat elk kind minimaal deze uren aan voorschoolse opvang afneemt.

 

Er zijn kinderen die een indicatie hebben. Deze kinderen hebben een voorrangsplek.

Hoe en wanneer krijg je een indicatie?

Een indicatie wordt afgegeven door JGZ-arts tijdens één van de reguliere consulten. Indicatie wordt afgegeven indien:

  • er sprake is van een niet- Nederlandse sprekende thuisomgeving en het opleidingsniveau van de ouders laag is;
  • er sprake is van onvoldoende stimulerende omgeving (onvoldoende interactie) en
  • er sprake is van pedagogische onmacht.

 

Naast de VVE uren kunnen de ouders gebruikmaken van aanvullende opvang. Deze uren worden niet vergoed door de gemeente Amsterdam. De ouders kunnen wel in aanmerking komen voor een toeslag vanuit het Rijk. Voor meer informatie verwijzen wij naar www.toeslagen.nl.

 

Registratie ELKK-VVE

Alle kinderen die op de voorschoolgroep zitten, dienen te worden geregistreerd in ELKK. Het kind wordt vanaf de plaatsing ingeschreven. In ELKK wordt bijgehouden of een kind een indicatie heeft en hoe lang een kind gebruik heeft gemaakt van het VVE aanbod.

In ELKK wordt bijgehouden of een kind een indicatie heeft en hoe lang een kind gebruik heeft gemaakt van het VVE aanbod.

 

 

 

 

 

 

 

 

Scholing en coaching

Alle personeelsleden, werkzaam op de peutergroep, zijn in het bezit van een diploma die aantoont dat een kindgerichte opleiding op minimaal niveau 3 met positief resultaat is afgesloten. Aanvullend dienen alle personeelsmedewerkers in het bezit te zijn van de volgende certificaten:

  • Basistraining VVE en
  • Taalniveau B2 op mondelinge vaardigheid, B2 op leesvaardigheid en B1 op schriftelijke taalvaardigheid.

 

Indien een PW-er de basistraining volgt dient deze te allen tijde te staan naast een medewerker die de basistraining heeft afgerond en dient deze te voldoen aan de taaleiscriteria zoals hierboven is opgenomen.

Als een personeelslid i.v.m. ziekte, scholing of verlof afwezig is, wordt deze te allen tijde vervangen door een pm’er die VVE gekwalificeerd is.

 

Herscholing

Het personeel dat langer dan twee jaar gecertificeerd is in het werken met de methode neemt deel aan het teamarrangement VVE Piramide.

 

Nascholing

Al het personeel dient de volgens het opleidingsplan verplichte aangeboden nascholing te volgen. Dit kan het geval zijn als de taaldoelen voor 2-4 jarigen of wettelijke kwaliteitseisen worden gewijzigd.

 

HBO-er als coach

Alle medewerkers worden gecoacht in hun pedagogisch en didactisch handelen. De coach hanteert hierbij het coachings- en observatie instrument VVE. De VVE coach wordt over een heel kalenderjaar minimaal 80 uur ingezet per groep. De inzet van de uren is opgenomen in het scholings- en coachingsplan.

 

Signaleren van specifieke zorgbehoefte

Ons Dorpje streeft ernaar alle werkzame pm’ers te scholen in het signaleren van de specifieke zorgbehoefte. Jaarlijks zien wij erop toe dat één medewerker wordt geschoold.

 

De interne zorgbegeleider

De interne begeleider bespreekt samen met de pm’er die de zorgbehoefte signaleert de ontwikkeling van het kind en is aanwezig bij het gesprek met de ouders. In geval van overdracht van gegevens over een kind met een specifieke zorgbehoefte naar een basisschool, voert de interne begeleider het overdracht gesprek.

 

Opleidingsplan

Elk jaar stelt Ons Dorpje een opleidingsplan op, waarin staat opgenomen welke scholing gevolgd moet worden. In het scholingsplan zijn ook de studiedagen in opgenomen die samen met de scholen wordt gevolgd met als doel de doorgaande lijn te bevorderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenwerking met partners

Ons Dorpje heeft geen intensieve samenwerking met een vroegschool. Desondanks tracht de onderneming haar aanbod met partners af te stemmen door:

  • Het aansluiten op thema’s.
  • Het delen van kennis.

 

Naast de samenwerking met de vroegschool werkt de organisatie nauw samen met het Ouder- en kindteam (OKT), logopedisten en gemeente Amsterdam.

 

Ouderbetrokkenheid

Ons Dorpje streeft ernaar dat alle ouders betrokken zijn bij de aangeboden activiteiten. Wat wij als organisatie verwachten van de ouderbetrokkenheid is opgenomen in het Ouderbeleid.

Wij betrekken onze ouders door:

  • Het organiseren van informatie(thema)avonden
  • Koffie- en theeochtenden samen met de pm’ers en kinderen, bijvoorbeeld met Memorabele momenten;
  • Het voeren van intakegesprekken;
  • Het voeren van voortgangsgesprekken;
  • Het organiseren van feestelijke afsluitingen;
  • Hen te vragen te begeleiden bij een uitstapje en
  • Hen opdrachten te geven die zij naar eigen keuze gedurende de week binnen 10 tot 15 minuten met hun kind kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan dat een kind na het eetmoment helpt met het afwassen van gekleurde bekers. Tijdens het afwassen benoemt de ouder voor het kind de kleuren.

 

Tijdens de intake vertellen wij ouders over het beleid dat wij voeren, de wijze waarop wij in contact treden met de ouders en de verwachtingen met betrekking tot de betrokkenheid en overige algemene onderwerpen. Ouders worden via de e-mail, informatiebrieven en de dagelijkse overdrachten geïnformeerd over hetgeen dat binnen de organisatie plaats vindt.

 

Overdrachtgegevens

Als het kind 4 jaar wordt vindt er een exit- of overdrachtsgesprek met ouders plaats. De voorkeur gaat ernaar uit om het gesprek in het bijzijn te voeren van de groepsleerkracht van de vroegschool (warme overdracht). Indien een ouder geen toestemming verleent om het dossier over te dragen, initieert Ons Dorpje een gesprek met de ouder waarbij de vraag “Waarom de overdracht niet plaats mag vinden?”, centraal staat. Overdragen van het dossier zonder schriftelijke toestemming van de ouder is onacceptabel.

De gemeente Amsterdam werkt met een Uniforme Voorblad Overdracht Kindgegevens. De informatie op het voorblad geeft groep 1 en 2 leerkrachten de mogelijkheid om de kinderen met een indicatie, extra aandacht te geven en goed te blijven volgen. Deze gegevens zijn ook nodig om inzichtelijk te krijgen hoe effectief het VVE aanbod is geweest in de periode 2 tot 6 jaar.

Indien er sprake is van een zorgkind wordt het dossier, ruim 3 maanden voorafgaand aan de overstap naar vroegschool, overgedragen. Dit geschiedt te allen tijde conform een warme overdracht. De overdracht van alle andere kinderen vindt een maand voordat zij naar de basisschool gaan, plaats. De initiatiefnemer van het overdrachtgesprek ligt conform het gemeentelijk beleid te allen tijde bij de school.

Ons Dorpje bewaart van elke overdracht een kopie voor een termijn van een jaar.

 

 

Zorgbeleid

Uit gesprekken met ouders en observaties kunnen zorgen ontstaan over een kind. Indien er sprake is van vermoeden van mishandeling, huiselijk geweld of verwaarlozing, wordt er gehandeld conform de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Indien de organisatie zich zorgen gemaakt om het sociale aspect van de ontwikkeling dan wordt er gewerkt met instanties als Okido en Alert 4 You. Zijn er achterstanden op het gebied van spraakontwikkeling wordt er preventief gehandeld via het Project Preventieve Logopedie. Indien een achterstand één van de overige ontwikkelingslijnen betreft, dan kan het kind doorverwezen worden naar het ouderkindteam vermeld op de sociale kaart van de organisatie. Afhankelijk van de zorgvraag kan er een behandelingsplan worden opgesteld en wordt deze besproken binnen het team van Ons Dorpje.